
De schrijver van het boek der Wijsheid zegt dat de aarde voor God niet meer is dan een stofje op de weegschaal, als een vroege dauwdruppel die neervalt op de aarde. De aarde en daarmee de mens zijn in vergelijking met God buitengewoon nietig. Maar toch zegt de schrijver, houdt God van alles wat Hij geschapen heeft. Hij houdt alles blijvend in stand, ook de zondaar, die tegen God bedoeling ingaat, die God als het ware tergt. Ook die wordt niet zomaar weggevaagd. God straft hem in het leven lichtjes om hem als het ware tot bekering te brengen. God wil de bekering van de zondaar en niet hun ondergang.
Die houding van God wordt ten volle duidelijk en tastbaar in het optreden van Jezus. Zacheüs is duidelijk een zondaar die tegen God geboden ingaat, die het er goed van neemt ten koste van zijn medemensen. Hij is een tollenaar, een belastinginner voor de Romeinen. De Romeinen verpachtten hun belastingrayons en degenen die zo’n rayon gepacht hadden, mochten aan de mensen zoveel vragen als ze wilden en ze hadden de Romeinse overheid achter zich staan. Zacheüs had zich zodoende behoorlijk verrijkt. Hij kon zich baden in weelde. Eigenlijk geen man om medelijden mee te hebben of toch wel? Zacheüs wordt in het evangelie geschilderd als een man die ondanks zijn geld toch niet gelukkig is. Hij wordt waarschijnlijk door de mensen gehaat en gemeden. Hij voelt zich alleen en merkt dat geld toch niet gelukkig maakt.
Dan hoort hij dat Jezus komt en dat maakt hem nieuwsgierig. Hij wil die Jezus wel eens zien van wie Hij zoveel gehoord heeft. Maar de menigte is groot en Zacheüs is klein van gestalte. En dan schaamt zich die rijke tollenaar niet om in een boom te kruipen op een plaats waar Jezus langs zou komen. Er beweegt zich iets in het hart van Zacheüs, hij hunkert naar bevrijding, naar liefde, maar hij durft zich niet openlijk te presenteren. En dan blijkt dat het God zelf is die de zondaar zoekt. Jezus blijft stil staan en kijkt omhoog. De stap, of liever die klimpartij van Zacheüs blijft niet zonder gevolgen. “Kom, naar beneden, Ik wil vandaag in uw huis te gast zijn. Dan is de bekering van Zacheüs volkomen. Hij wil zijn zonden herstellen, vierdubbel herstellen en nog de helft aan de armen geven. En Jezus contateert tegen het gemor van de omgeving in, die liever Gods oordeel over de man hadden gezien: “Vandaag is aan dit huis heil ten deel gevallen”. Zacheüs is geheeld. Hij is weer kind van God geworden.
En dan zegt Jezus dat Hij juist in de wereld gekomen is om te zoeken en te redden wat verloren was.
Wat betekent dit voor ons?
Ten eerste: dat we de zonde niet moeten bagatelliseren. Immers Jezus is gekomen om ons uit de boeien van de zonden te bevrijden.
Ten tweede: dat we dan de houding van Zacheüs moeten hebben. Uitzien naar Jezus en zijn vergeving. We moeten steeds weer naar Jezus toegaan die in het huis van ons hart wil komen om ons te bevrijden.
Ten derde: dat we net als Jezus tegenover ons medemensen barmhartig moeten zijn, zelfs als ze zich tegenover ons misdragen hebben. We mogen niet zijn als de omstanders die Zacheüs definitief hebben ingedeeld bij de zondaars en geen enkele neiging tot toenadering vertonen, die zelfs Jezus veroordelen omdat naar Zacheüs toegaat.
Ook wij moeten in het voetspoor van Jezus de zondaars met liefde benaderen zodat ze zich niet verharden maar tot inkeer komen en terugkeren in Gods liefde. Amen.



31STE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: Wijsh. 11, 23-12, 2
2 Tess. 1, 11-2, 2
Lc 19, 1-10
PREKEN
zondagen
door het jaar c