
Sinds er mensen bestaan roept geweld geweld op en men komt heel gemakkelijk in een geweldsspiraal waar nauwelijks nog een einde aan te maken valt. Denkt u maar eens aan conflicten in Afrika en in het Midden-Oosten. Niemand weet meer precies wanneer het allemaal begonnen is, maar geweld heeft geweld uitgelokt, en het antwoord is opnieuw geweld; steeds weer opnieuw vergelding: de ander die mij dat aangedaan heeft te pakken nemen. Op wat kleinere schaal - zo lezen we soms in de krant - moorden mensen in criminele milieus elkaar uit: geweld wordt met geweld beantwoord. Nog gewoner - en we lezen dat niet in de krant - zijn familieleden die elkaar een hak zetten en ruzies in families laten escaleren.
Deze boosaardige kringloop van geweld signaleert de bijbel al heel vroeg. Als Kaïn zijn broer Abel doodslaat, blijft dat niet zonder gevolgen: als een epidemie neemt het geweld toe. Al vijf generaties na Kaïn en Abel heeft de mens iedere maat bij zijn behoefte aan wraak en vergelding verloren. We lezen in het boek genesis over de mateloze wraakbehoefte van Lemek. Hij brult tegen zijn vrouwen: "Ada en Silla, hoort mijn stemmen; vrouwen van Lemek, luister naar mijn woorden. Ja, een man sla ik dood om een wond die hij mij toebrengt, een jongen om een striem. Wordt Kaïn zevenmaal gewroken, Lemek 77 maal." Dat is de ongebreidelde wraakzucht van de mens, die we nog steeds ook in onszelf bespeuren. Wat willen we niet allemaal toen tegen iemand die ons dwars gezeten heeft. Bij zo'n mateloze wraakbehoefte als bij Lemek, is het gebod van Exodus, in de tijd van Mozes al een geweldige vooruitgang. Dan wordt het volk van God het principe voorgehouden: "oog om oog, tand om tand". De vergelding mag niet groter zijn dan het aangedane onrecht. Dat is al een heel stuk rechtvaardiger dan de tomeloze wraak van Lemek. Via de geboden van het oude testament brengt God zijn volk beetje bij beetje een stukje verder. Het is de goddeliijke pedagogiek van de langzame weg, van de opvoeding van primitieve samenlevingen tot meer beschaving en menselijkheid. Maar de wet van "oog om oog, tan om tand" mag dan al een hele vooruitgang zijn, het doorbreekt de spiraal van geweld niet. Iedere actie lokt weer een gelijkaardige tegenreactie uit. Denk maar eens waan ons gewone leven: iemand misdraagt zich tegen zijn buurman. De buurman neemt het niet en betaalt met gelijke munt terug. De eerste is de oorspronkelijke aanleiding vergeten en meent dat hij volledig in zijn recht staat, als hij met gelijke munt terug betaalt en zovoorts en zo verder. Dat kan soms generaties verdergaan.
Over dit soort dingen heeft Jezus het in het evangelie van vandaag. Iemand krijgt een klap in zijn gezicht; iemand wil voor het gerecht je laatste jas opeisen. Het principe van oog om oog, tand om tand zou je dan toestaan bij de eerste de beste gelegenheid met gelijke munt terug te betalen. En daar hebben we ook geweldige zin in. Dan draait Jezus alles om. De geslagene moet vrijwillig zijn andere wang toekeren; hij die van zijn jas beroofd is moet vrijwillig ook nog zijn pak geven. En dat is het volslagen nieuwe van het christendom, dat christenen moet onderscheiden van de heidenen: bij aangedaan onrecht is de maat van de vergelding niet dat aangedane onrecht maar de liefde. Voor aangedaan onrecht stelt de christen liefde in de plaats: bemint uw vijanden en doet goed aan wie u haten. Als je jezelf christen noemt, hebt je niet meer het recht van vergelding "oog om oog, tand om tand", dan heb je alleen nog het recht onrecht met liefde te beantwoorden. Alleen dan, zegt Jezus, heb je recht op loon. Als je dat niet doet, dan ben je net als tollenaars, of zondaars of heidenen, die ook goed zijn voor wie goed zijn voor hen. Dat is geen kunst. Dat doet bijna iedere mens van nature.
Het is een hele kunst om je los te maken van ieder gevoel van vergelding of wraak; om de mensen die je iets aangedaan hebben niet alleen te vergeven, maar ze ook nog hartelijk en liefdevol te bejegenen. Veel mensen zeggen tegenwoordig zeggen: het hart van het christendom is de naastenliefde. En vaak denken ze er dan bij: en daar ben ik nog niet zo slecht in. Hebben ze er dan echt erg, dat christelijke naastenliefde liefde voor de vijand is, voor hen die zich tegenover jou misdragen. En dat wraak en vergelding zonden tegen de liefde zijn. Zijn we niet vaak tevreden met een heidense vorm van liefde: goed zijn voor hen die goed zijn voor ons en geven we ondertussen maar lik op stuk omdat we toch in ons recht staan. Bij vergelding staan we als christen nooit in ons recht tenzij we vergelden met liefde. Amen.



7DE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Bij: 1 Sam. 2, 7-9.12-13.22-23
1 Kor. 15, 45-49
Lc 6, 27--38
PREKEN
zondagen
door het jaar c