
God openbaart zich door mensen; Gods bedoelingen met de wereld en met de mensen komen niet als regen uit de hemel vallen, worden niet aan een parachute in ons midden gedropt. Het gaat allemaal via mensen, via begenadigde mensen. Zo is het al tijd gegaan. Denk maar aan Abraham, aan Mozes, aan de profeten, aan Jezus Christus. En zo gaat het nog. Christus spreekt tot ons via zijn kerk, via mensen En dat maakt het vaak wel moeilijk om het woord van God als zodanig te herkennen. Als de mens, die het voertuig is van Gods woord, niet beantwoordt aan onze verwachtingen, te gewoontjes is in onze ogen, dan kunnen we maar moeilijk erkennen, dat wat hij zegt Gods woord is. Daarbij komt nog dat, als we iets niet graag horen, als het niet in onze kraam te pas komt, dat we dan heel gemakkelijk zeggen: hij zegt het maar. We brengen mensen in diskrediet, omdat ze dingen zeggen, die we niet graag horen. En dan hoeven we ook niet meer te luisteren naar wat ze zeggen. Dan kan het zeker niet Gods woord zijn.
Die situatie treffen we ongeveer aan bij Ezechiël: Gods Geest spoort Ezechiël aan naar het volk van Israël te gaan en te zeggen, hoe het zich moet gedragen. Maar God weet vooruit, dat ze geen zin hebben om te luisteren. Het is een nukkig en weerbarstig volk, dat helemaal niet bereid om naar Gods woord te luisteren, dat alleen maar zijn eigen zin wil doen. Toch moet je spreken, Ezechiël, zegt God, of ze nu luisteren of niet. Ze zu1len weten, dat er een profeet is in hun midden. Als een profeet mensen op hun vingers tikt, ingaat tegen een verkeerde samenleving, dan krijgt hij veel tegenstand. Dat is ook nu nog zo. Als iemand in naam van het evangelie, in naam van de Kerk opkomt voor moraal en normen, een lans breekt voor het gezin, zich verzet tegen abortus, tegen echtscheiding, samenwonen en andere losvaste seksuele verbindingen, dan staat hij aan verguizing bloot. Dat willen de meeste mensen niet horen. Dat mag niet Gods woord zijn. Want anders zouden de toehoorders fout zitten en dat willen ze nooit toegeven. Goed is voor hen wat iedereen doet en vooral wat niet te veeleisend is. En God moet dat in zijn oneindige barmhartigheid maar goed vinden. Breng dan de spreker van die vervelende woorden maar in diskrediet: zeg dat hij star en ouwerwets is. Zo kun je jezelf wijs maken dat je niet met geen echte profeet te doen hebt en je kunt gewoon verdergaan met je leven zonder enige verandering. Maar toch blijft zo iemand hinderlijk. Misschien ergeren mensen zich wel zo aan zo iemand omdat ze diep in hun hart weten, dat Hij toch Gods woord spreekt, maar dat we de moed missen ons leven te veranderen.
Jezus ondergaat in Nazaret hetzelfde lot. Wat Hij zei kon nooit Gods woord zijn. Ze kenden hem toch veel te goed: een eenvoudige timmerman, de zoon van Maria. Ze kenden toch heel zijn familie. Het waren maar eenvoudige mensen. Wat verbeeldde Hij zich wel? Mensen zijn niet van profeten gediend en daarmee niet van Gods woord. De echte profeet praat mensen namelijk niet naar de mond. Hij is nooit democratisch. Hij spreekt namen God, namens het evangelie, namens de Kerk aan wie God zijn woord door Christus heeft toevertrouwd. Als Gods Woord, Gods bedoelingen met ons iets voor ons betekenen: dan moeten we proberen het op te vangen, op te vangen van mensen. Wie spreken nou Gods Woord? Niet de aanpassers, niet de populaire jongens. Alleen mensen die spreken vanuit het hart van de Kerk. Mensen, die zich niet neerleggen bij de gevestigde situatie, maar die mensen op een hoger plan willen brengen. Misschien is de meest praktische manier om een profeet te herkennen: als je naar iemand luistert, die jouw leven bekritiseert vanuit het evangelie en je hebt de neiging te zeggen: wat verbeeldt hij zich wel pas dan op. Want dan is het wellicht toch een profeet, die aandacht verdient. En het verhaal van Nazaret leert ons dat er alleen wonderen kunnen gebeuren, als we onszelf telkens bekeren en geloof schenken aan de profeten. Amen.



14DE ZONDAG DOOR HET JAAR B
Bij: Ez. 2, 2-5
2 Kor. 12, 7-10
Mac. 6, 1-6
PREKEN
zondagen
door het jaar b