
Je investeert als priester nogal wat tijd in het zaaien van Gods Woord. Je bereidt kinderen voor op de eerste communie en het vormsel. Je bent maanden bezig en de kinderen staan ervoor open en leven naar het sacrament toe. En dan daarna de ontgoocheling: binnen enkele weken of soms meteen al daarna zie je niemand van hen meer in de kerk. Je voert talloze gesprekken met jonge paartjes die gaan trouwen, met ouders die hun kind willen laten dopen en wat is het resultaat: zichtbaar heel weinig. Hetzelfde geldt voor ouders, die hun kinderen nauwgezet en plichtsgetrouw een christelijke opvoeding hebben gegeven. Hoe dikwijls keren die kinderen zich niet af van die opvoeding en gaan heel andere wegen. En dat alles geldt heel sterk in onze tijd. Ondanks onze inspanningen worden de kerken leger en de maatschappelijke verhoudingen steeds minder door het christendom, door de christelijke leer bepaald. Je zou er moedeloos van worden. Je zou in de verleiding kunnen komen te denken: het haalt allemaal niets uit. Het is met de kerk in onze streken alleen nog een kwestie van tijd.Dat gevoel is niet nieuw, medechristenen. Dat gevoel bestaat vanaf het allereerste begin. Jezus had aanvankelijk veel aanhangers, maar op een gegeven moment, als zijn eisen sterker worden, laten ze Hem weer in de steek en wel in zo grote mate, dat Hij aan zijn apostelen vraagt: wilt ook gij soms heengaan? De apostelen zijn geregeld moedeloos omtrent het succes van Jezus’ prediking. In die samenhang moeten we ook het evangelie van vandaag verstaan over het woord van God. Het is ook voor ons vandaag een actueel evangelie, waarin we op de realiteit worden gewezen en tegelijk worden bemoedigd. De parabel is ontleend aan het joodse boerenleven van die tijd, waarin men geen keurige akkers had zoals wij en geen moderne onkruidbestrijding kende. Hier en daar kwam boven de akker de rotsachtige bodem naar boven, op andere plaatsen was het laagje aarde boven de rotsen erg ondiep. Distels en dorens schoten op deze akkers makkelijk omhoog. En Jezus zegt dan: net als de boer kan de priester, de ouder, de leraar alleen maar zaaien. Hij kan het evangelie uitstrooien en dan alleen wachten. Aan die bodem kan hij niet zoveel veranderen. En die bodem, de harten van de mensen, is heel verschillend.Sommigen staan niet open; hun hart is als rotsgrond en het woord kan geen wortel schieten. Dat ligt niet aan het Woord, dat ligt niet aan de zaaier. Dat ligt aan de grond. Sommigen staan wel open, maar de distels en dorens van het materialisme overwoekeren het woord en het draagt geen vrucht. Ook die realiteit die Jezus hier schildert bergt een zekere troost in zich voor de zaaier. Want hoeveel priesters, hoeveel ouders vragen zich niet af: wat doe ik verkeerd, dat het woord niet aanslaat. Het is natuurlijk goed je die vraag te stellen. Misschien heb je verkeerd gezaaid, maar het is niet goed je nodeloos schuldgevoelens aan te praten: want Jezus zegt: het kan best aan de grond liggen. Je kinderen, die jonge stelletjes, die doopouders, die ouders van eerste communicanten en vormelingen hebben hun eigen wil, hun eigen verantwoordelijkheid, zijn een bodem waar jij niet veel aan kunt veranderen. We moeten als christenen, net als Jezus, leven met het feit, dat een gedeelte, misschien een groot gedeelte van het zaad, dat wij zaaien, geen vruchten draagt. Maar er ligt nog een andere grotere bemoediging in de parabel: het zaad dat in de goede grond valt, heeft ook zekere tijd nodig om te ontkiemen en als er een tijd van droogte is, kan dat soms lang duren. De zaaier kan dan alleen wachten en hopen. Dat geldt ook voor ons. We weten niet meteen in wat voor grond onze woorden, onze voorbeelden vallen. Het heeft misschien een lange tijd nodig om te ontkiemen. Hoe lang heeft het bij Augustinus niet geduurd voordat het zaad dat moeder Monica gezaaid had vrucht ging dragen. Het werd jarenlang overwoekerd door het onkruid van een losbandig leven en vreemde opvattingen, maar uiteindelijk schoot het op en bracht rijke vruchten van heiligheid voort.
Medechristenen, de parabel van vandaag zegt ons, dat we moeten zaaien en daarbij reëel moeten zijn: een gedeelte komt op de rotsgrond, maar we mogen blijven hopen: het Woord Gods doet onzichtbaar op langere termijn zijn werk in de harten van veel mensen. Wij kunnen alleen wachten en bidden, bidden dat God wasdom geeft. Amen.



15de zondag door het jaar a
bij: Jes. 55, 10-11
Rom. 8. 18-23
Mt. 1-23
PREKEN
zondagen
door het jaar a