
Ik heb wel eens ooit gehoord van iemand, die in het bankwezen zat, dat hij er de grootste moeite mee had zijn christelijke levensovertuiging te rijmen met zijn werk voor die bank. De bank is er op uit zoveel mogelijk winst te maken. En in dienst van een bank word je verondersteld dat doel kost wat kost te dienen. Als je dan moet adviseren bij leningen, dan zou je als christen vaak willen zeggen: mensen doe het niet. Voor iets wat je niet per se nodig hebt, haal je je zoveel lasten op de hals, dat je de kans loopt, dat die financiën je leven gaan beheersen. Als bankman: doe het maar, het zit er nog net in: dat is winst voor de bank.
Zo komen we, denk ik, allemaal in de harde realiteit van het leven wel eens en soms vaak in conflict met onze levensovertuiging. Het christendom omzetten in de praktijk van iedere dag in het bedrijfsleven, in de politiek, in het beheer van je eigen inkomen, dat is niet zo'n eenvoudige zaak. De bijbel doet voor de uitdrukkelijke verkondigers van Gods Woord een radicale oplossing aan de hand. De verkondiger van Gods Woord moet zich onafhankelijk maken van economische structuren en politieke verbanden. Hij moet zich volkomen vrij op kunnen stellen. Voor hem mag zeker niet opgaan: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. De profeet Amos zegt uitdrukkelijk: ik ben geen lid van het profetengilde. Ik verdien mijn brood niet met profeteren. Er waren in die tijd officiële profeten in dienst van het Rijk. Ze verdienden met profeteren de kost. Wat konden ze anders doen dan de koning naar de mond praten. Amos is onafhankelijk. Hij hoeft met niemand rekening te houden dan met God alleen. Jezus stuurt zijn apostelen twee aan twee op pad om het evangelie te verkondigen. Twee aan twee, want het getuigenis van twee mensen is volgens de toen geldende rechtsregels betrouwbaar. En het is te meer betrouwbaar omdat iedere schijn van gewin of profijt vermeden wordt. Je mag alleen het hoogst noodzakelijke meenemen, sandalen en een stok, maar geen geld en voedsel, geen dubbele kleding. Zo hoeven ze niemand, naar de mond te praten, want ze hebben niets van hen nodig. Zo kunnen ze het pure evangelie verkondigen en beleven. Maar, zult u terecht zeggen: kunnen wij met dat ideaal vooruit, wij christenen met een gezin, een werkkring. Wat de Bijbel van de profeten en de apostelen zegt: is dat geen ideaal voor een kleine groep zoals priesters en kloosterlingen. Natuurlijk en die zouden het nog heel wat beter gestalte kunnen geven dan ze nu doen. Die kunnen zich ook de luxe permitteren om echt evangelisch te leven. Ze zijn lang niet door zoveel materiële zorgen voor gezin gebonden. Maar wat moet dan de doorsnee-christen? In ieder geval niet een splitsing aanbrengen in zijn leven tussen geloof en praktijk. Je mag niet zeggen: het evangelie heeft niets met economie te maken of niets met politiek of niets met de wijze waarop ik mijn geld beheer. Je kunt niet zondags in de kerk zitten en door de week over de ruggen van andere mensen, ten koste van andere mensen jezelf verrijken Maar wat dan? Wat moet die man op de bank met zijn christelijk geweten? Wat moet U in uw werk? Streven naar het meest ideale, dat binnen de gegeven omstandigheden haalbaar is. Kon je maar al tijd kiezen tussen goed en slecht. Dan was het veel eenvoudiger. Je moet vaak met pijn in het hart genoegen nemen met het haalbare. Ik denk, dat ook dat een zeer christelijke opgave is: zonder echt tevreden te zijn met het bereikte resultaat, en met het christelijke ideaal in je achterhoofd toch proberen er in de gegeven omstandigheden het beste van te maken. Om nou bij die bank te blijven: je kunt er je ontslag nemen, maar mag je dat je gezin aandoen. Je zou ook kunnen zeggen: het is zo moeilijk mijn christelijke opvattingen op mijn werk te verwezenlijken; laat ik me maar aanpassen aan de wetten die het bankwezen beheersen. Maar kun je dat je geweten aandoen? Zolang wij in deze wereld leven zullen wij moeten proberen het ideaal, dat de profeten ons voorhouden te vertalen naar de gebroken werkelijkheid van iedere dag. Wij kunnen ons niet, net als de verkondigers van Gods Woord vrij maken van alles, omdat we dan ook weer mensen tekort zouden doen, die van ons afhankelijk zijn. Onze christelijke opdracht is via het haalbare te streven naar het ideaal en de pijn die dat kost voor lief nemen. Amen.



15DE ZONDAG DOOR HET JAAR B
Bij: Am. 7, 12-15
Ef. 1, 3-14
Mc. 6, 7-13
PREKEN
zondagen
door het jaar b