
Jezus Christus is onder ons gekomen, broeders en zusters, om het rijk der hemelen, om het rijk Gods te vestigen. En dat rijk Gods is dan de harmonische samenleving waar God en mens en de mensen elkaar nabij zijn, een gemeenschap van gerechtigheid, liefde en vrede, waarin geen spoortje kwaad meer te vinden is. En Jezus zegt ons: dat rijk Gods is niet alleen mogelijk, nee, het is er al waar mensen proberen de idealen van godsvrucht, van vrede, liefde en gerechtigheid waar te maken. Daar begint het te groeien, klein en onooglijk als een mosterdzaadje. Mensen die er geen oog voor hebben zien het misschien zelfs niet, maar het is er en het groeit onweerstaanbaar naar de voltooiing. Jezus heeft in zijn eigen leven laten zien: een leven in verbondenheid met de Vader, een leven in liefde voor de mensen. Hij heeft het volgehouden, ook toen het Hem aan alle kanten moeilijk werd gemaakt, dwars door lijden en dood heen. Zo is Hij gegroeid aan de voltooiing van het rijk Gods. Hij is verrezen en zit aan de rechterhand Gods als eerste van het voltooide Godsrijk. Zo roept Hij ook ons op te leven in dat Rijk Gods. Te geloven in de voltooiing door er nu al aan te werken in de gewone dingen van alledag, door met God en de medemensen te leven verbonden te leven in liefde en trouw, telkens weer te kiezen voor God en zijn geboden, ook als het moeilijk wordt. Dan groeit het Godsrijk in ons. Dan worden we meer en meer burgers van dat rijk; dan groeien we langzaam maar zeker als het mosterdzaadje naar de voltooiing. Dan worden wij waardig om met Christus te zetelen in dat eeuwige Godsrijk. Maar door ons groeit dan ook het Godsrijk in deze wereld. De wereld als geheel wordt dan een beetje meer Gods domein, zoals het eens zal zijn op het einde van de tijden.
Het rijk God, die aandacht voor God en zijn geboden, die aandacht voor de medemens, moet in ons leven komen als de gist in het deeg. Het moet langzaam door heel ons leven trekken, alles wat we doen doordringen. Het moet ons leven bepalen, Geloof en godsdienst moeten niet iets aparts zijn. Het moet meer en meer de ziel van heel ons handelen worden. Dat kan niet ineens en dat hoeft niet ineens. Het moet in ons leven groeien als een mosterdzaadje; het moet rijzen als gist in deeg. Je mag er een leven lang over doen, maar er moet wel groei in blijven zitten, groei naar de voltooiing.
En zolang die groei nog bezig is, zitten we onherroepelijk ook in ons eigen leven met onkruid tussen de tarwe. Goed en kwaad, waardevol en nutteloos groeien samen op. Je kunt het onkruid niet gemakkelijk uittrekken omdat goed en kwaad vaak erg verstrengeld zijn. Hoe vaak zit er in onze goede daden niet een stukje egoïsme meegebakken; hoe vaak zit er in onze naastenliefde niet een element van eigenliefde, bijv. het verlangen om geprezen te worden. Laat het maar staan, zegt Jezus, dat onkruid. Probeer liever de tarwe meer tot ontwikkeling te brengen, zodat het onkruid overwoekerd wordt en afsterft.
Zo is het ook in de gemeenschap van de mensen, in de gemeenschap van de kerk: goed en kwaad zijn zo vaak met elkaar verweven, dat het gevaarlijk is voortijdig radicale maatregelen te nemen. Dan zou je met het kwade ook het goede kunnen vernietigen. Het goede, het rijk van God heeft tijd van groei nodig. En God geeft die tijd. Maar je moet wel groeien, nooit tevreden zijn met jezelf. Je moet proberen het onkruid in je leven eronder te krijgen door meer en nauwgezetter te leven volgens het evangelie. Als je dat doet; als je blijft groeien, dan zullen de onzuivere dingen meer en meer verdwijnen: het onkruid wordt dan meer en meer overschaduwd en verstikt door de tarwe. En dat heeft ook gevolgen voor de gemeenschap. Als christenen echt consequent leven volgens het evangelie dan wordt het onkruid in onze samenleving meer en meer overschaduwd door de tarwe van het Godsrijk. Hoe meer consequente christenen er zijn, hoe christelijker de maatschappij wordt, hoe meer niet-christenen zich in velerlei opzicht christelijk gaan gedragen omdat een mens nu eenmaal de neiging heeft zich aan de heersende zeden aan te passen. Dat is het wat Jezus bedoelt als Hij zegt: jullie, mijn leerlingen, moeten zout der aarde en gist in deeg zijn. Door jullie daden moeten jullie invloed uitoefenen op de maatschappij waarin je leeft.
En onkruid zal er altijd blijven zolang wij in deze wereld zijn en zolang deze wereld bestaat. Pas bij de voltooiing zal het radicaal van de tarwe gescheiden worden. Pas dan, dwars door het vuur van het oordeel heen, zal er alleen zuivere tarwe overblijven. Amen.



16de zondag door het jaar a
bij: Wijsh. 12, 13.16-19
Rom. 8, 26-27
Mt. 13, 24-43
PREKEN
zondagen
door het jaar a