Het Rijk der hemelen is een term die in het evangelie veel gebruikt wordt. Daarmee is niet alleen de hemel bedoeld in de zin van de toekomstige heerlijkheid. Het Rijk der hemelen is door Christus ook hier en nu, in deze aardse werkelijkheid al aanwezig. Het Rijk der hemelen is het kindschap Gods, is het eeuwig leven, dat een mens ontvangt door het geloof, door het doopsel en dat in Hem groeit door een Godverbonden leven binnen Christus' Kerk. Het Rijk van God is een geschenk, een aanbod van God aan iedere mens. Het is het geschenk, waardoor hij hier en nu al kind van God is, het eeuwig leven in zich heeft en toegroeit naar de eeuwige voltooiing.
In de korte parabels van het evangelie van vandaag zegt Jezus: dat dat Rijk van God, dat kindschap Gods een grote schat is, een kostbare parel. Het is het kostbaarste wat je op aarde kunt vinden. Maar om dat koninkrijk der hemelen in je bezit te krijgen, moet je al het andere wat je bezit verkopen. Je moet alles op alles zetten om het koninkrijk in bezit te krijgen, al het andere daaraan ondergeschikt maken. Het koninkrijk der hemelen is dus een schat, die je niet op je sloffen, zomaar zonder meer in je bezit krijgt.
Nu zijn er in onze tijd nogal wat mensen, die zo druk bezig zijn met de andere, voorbijgaande dingen van het leven, dat ze niet eens tijd hebben de schat van het koninkrijk te ontdekken. We leven in een tijd met zoveel luxe en materiële dingen, dat veel mensen daar helemaal in opgaan. Het schermt hen af van God. Of ze nu kind van God zijn, of ze nu eeuwig leven in zich hebben, zal hun een zorg zijn. Ze leven bij het hier en het nu. Ze zijn te materialistisch om gelovig te kunnen zijn. Ze zouden teveel op moeten geven aan tastbare dingen om dat geestelijke, dat niet direct tastbare geschenk van Gods koninkrijk te kunnen ontvangen. Onder die mensen zijn er een groot aantal, die duidelijk zeggen, dat ze niet geloven: dat ze geen behoefte hebben aan een koninkrijk van God, dat ze het houden bij het hier en het nu.
Maar er is ook een heel grote groep, die zegt wel te geloven, maar die toch in de praktijk van het leven niet bereid is de prijs voor het koninkrijk te betalen. Het geloof, het gebed, de kerkgang, het ontvangen van de sacramenten, een christelijke wijze van leven komen aan bod, als het zo uitkomt, als ik er behoefte aan heb, als ik er zin in heb. Het geloof zit eigenlijk verscholen tussen een heleboel materiële dingen en wordt daarmee gelijk gesteld en dat meestal niet eens. De momenten van gebed zijn spaarzaam; de televisie, de voetbalwedstrijd, het feestje, het bed winnen het altijd van de kerkgang. En als de christelijke moraal een eis stelt, die niet zo gemakkelijk is, dan wordt hij weggeredeneerd. Dit is een vorm van praktisch ongeloof, dat in onze dagen ons allemaal bedreigt. De parabel van vandaag waarschuwt daartegen. Zo ben je geen kind van God, zo loopt het eeuwig leven in je gevaar. Het koninkrijk van God vraagt een duidelijke keuze met alle consequenties van dien. Je moet de prijs ervoor betalen. Pas als je de prijs betaalt, als je alles wat je bezit ondergeschikt maakt aan het geloof, dan ontvang je de schat; dan mag je je kind van God weten, dan mag je je op weg weten naar Gods eeuwige toekomst. Vanuit God en vanuit zijn koninkrijk moet je je leven gestalte geven. Daaraan moeten de materiële en tijdelijke dingen ondergeschikt gemaakt worden. God biedt ons de grote schat aan van verbondenheid met Hem en van het eeuwig leven. Zien we die schat en zijn we bereid in het leven van alledag er de hoogste prijs voor te betalen. Het is overigens geen vrijblijvende keuze. De grootste ketterij van onze dagen is wellicht, dat men denkt dat iedere mens wel goed terecht zal komen, hoe hij ook geleefd heeft. Men lapt alles wat het evangelie zegt, wat de Kerk zegt aan zijn laars en gaat zijn eigen gang en God moet het maar goed vinden. Iedereen komt toch wel in de hemel. Ik kan daar in de bijbel geen enkele aanwijzing voor vinden. Integendeel: ook vandaag wijst Jezus in de parabel van het sleepnet op het oordeel: heb je de prijs voor de schat van Gods koninkrijk betaald, dan mag je ten volle delen in Gods koninkrijk, maar heb je de prijs niet betaald, heb je hier en nu niet geleefd volgens de normen van Gods koninkrijk, dan word je veroordeeld tot de vuuroven.
Betalen wij de prijs, zusters en broeders, in het leven van alledag, met vallen en opstaan, met berouw en vergeving, maar met God als het middelpunt van ons leven. Dan kunnen we gerust leven, dan is de schat ons geschonken. Amen.
17de zondag door het jaar a
bij: 1 Kon. 3,5.7-12
Rom. 8, 28-30
Mt. 13, 44-52
PREKEN
zondagen
door het jaar a