In de wonderverhalen die de evangelisten vertellen zijn altijd twee lagen. Allereerst de wonderlijke gebeurtenis in die tijd, die een geweldige indruk maakte op de leerlingen en de omstanders zodat ze zich verbaasd afvroegen: "wie is toch die man, dat Hij deze dingen doen kan?" ofwel in geloof uitriepen: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Het wonder had een betekenis voor de mensen van die tijd, om hen namelijk tot verwondering en uiteindelijk tot geloof te brengen. Maar een tweede laag is het feit en vaak ook de manier waarop de evangelisten deze verhalen optekenen. Zij tekenen ze op voor ons, voor de kerkgemeenschap die deze verhalen leest en beluistert. Ze willen dan altijd duidelijk maken, dat wat toen in Palestina gebeurde, ook nu nog steeds gebeurt. Er is geen verschil tussen de historische Jezus, die toen in Palestina optrad en de verrezen Heer die in zijn Kerk verder leeft. Ze willen benadrukken, dat Jezus op wonderbare wijze werkzaam blijft in zijn Kerk. Zo zagen we vorige week in het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging de apostelen het brood uitdelen, dat niet opraakt. Het is het verhaal van de Heer die nu nog via zijn Kerk het brood des levens breekt voor de gelovigen in de eucharistie.
Om het verhaal van deze zondag te begrijpen, moeten we weten, dat voor de toenmalige Jood het water van de zee het symbool was van chaos en duistere machten. Het monster Leviathan, dat in het oude testament als een verpersoonlijking van de duivel wordt genoemd, huisde in de zee. Heerschappij over het water betekent dus zoveel als heerschappij over de duistere, tegenstrevende machten van het kwaad die in de zee zouden huizen. Zoals Jezus bij de genezingen die Hij verricht, zijn heerschappij toont over de machten van het kwaad van ziekten en demonen en duivels die Hij verjaagt, zo toont Hij vandaag zijn heerschappij over de machten van het kwaad in de zee. Hij loopt onaantastbaar over het water, zonder erin weg te zakken, zonder weg te zakken dus in de macht van het kwade. Maar dat is niet iets dat zomaar één keer lang geleden gebeurd is op die morgen als een soort eenmalig machtsteken. Nee, Hij vraagt ook aan zijn leerlingen over het water te lopen, terwijl het nota bene stormt. Ook nu nog staat Jezus daar en wenkt naar ons: kom en loop over het woelige water. Kom naar MIj toe.
Het woelige water is dan het leven met al zijn slechte kanten, met de pijn en het verdriet, met de ziekte die ons kan overvallen, met de ongelukken die ons kunnen overkomen, met de haat en de afgunst die ons soms omringen, met al die slechte dingen die ons soms dreigen te overspoelen, die ons moedeloos dreigen te maken, waardoor we gevaar lopen weg te zakken. Uit eigen kracht kunnen we dat kwaad niet overwinnen. Immers hoe gauw leggen we het bijltje er niet bij neer, hoe gauw zijn we niet moedeloos en uit het veld geslagen.
Toch wil Jezus nu in ons, zijn gelovigen de boze machten van het kwaad overwinnen. En daarom roept Hij Petrus. Als de "rots" van de kerk moet hij met anderen en voor anderen na de verrijzenis het werk van de Heer voortzetten. En dan wordt al meteen duidelijk, dat dat alleen maar kan als je in volledig geloof dicht bij de Heer blijft. Uit eigen kracht kunnen Petrus en wij niets tegen het kwaad beginnen. Als ons geloof te zwak is, beginnen we net als Petrus te zinken. De golven, de moeilijkheden van het leven maken ons dan onzeker; we gaan twijfelen of we het wel zullen halen en we zinken weg. Uit eigen kracht kunnen we ook de hoge eisen van het evangelie niet waar maken. Zonder het geloof en zonder dat Christus bij ons is, zinkt de mens weg en raakt in de dodelijke macht van het kwaad. Matteüs wil laten zien: blijf bij Jezus, vertrouw op Hem, Hij geeft kracht en neemt twijfel weg. Hij staat ook nu nog temidden van zijn Kerk als een rots in de branding. Je kunt over het water lopen, niet op eigen kracht, maar in zijn kracht.
Juist als het volop spookt, als de macht van het kwaad ontzettend groot lijkt in je leven, in de kerk, in de wereld, is daar Christus, tronend op het water, die zegt: "Wees gerust, hier ben Ik. Ook vandaag nog heerst Christus over de donkere machten van het kwaad. En Hij laat ons er niet in wegzinken, als we ons aan Hem vastklampen. Amen.

19de zondag door het jaar a
bij: 1 Kon. 19.9a.11-13a
Rom. 9, 1-5
Mt. 14, 22-33
PREKEN
zondagen
door het jaar a