Het besef, dat wij allemaal zondaars zijn, lijkt in onze tijd een beetje te vervagen. Toch is dat besef de wezenlijke grondhouding van de gelovige mens tegenover God. Tegenover de heiligheid van God voelt de mens zich telkens weer zondig tekortschieten. De mens voelt pijnlijk de enorme kloof die er gaapt tussen hem en God, een kloof, die van de mens uit niet te overbruggen is. Hij is aangewezen, volledig aangewezen op de genade, op de vergeving van God. Zoals de psalmist zegt: Heer, als Gij zonden blijft gedenken, wie houdt dan stand. Ook Jezus bevestigt, dat de mens zichzelf niet kan rechtvaardigen. Daarom vaart hij uit tegen de Farizeeën, die vergeten zijn, dat ze zondaars zijn; die denken dat ze zichzelf door een wetsgetrouw leven kunnen rechtvaardigen en zich op de borst mogen kloppen, omdat ze het zo goed doen. Jezus' sympathie gaat uit naar de tollenaar, die weet dat hij zondig is en niet zo dicht tot God durft te naderen, die achter in de tempel blijft staan en alleen maar bidt: Heer, wees mij zondaar genadig. Alleen ook vanuit de houding van de tollenaar, is er behoefte aan verlossing, bevrijding, vergeving. Alleen vanuit de houding van de tollenaar kunnen we de uitspraak van Johannes de Doper in het evangelie van vandaag begrijpen: Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt. Dit is de Messias, de verlosser, want Hij neemt van ons weg wat ons als gelovige mensen het meest bedrukt, de zonde die ons scheidt van God. Ook v66r Christus probeerden gelovige mensen vergeving van zonden te krijgen. Ze baden tot God en brachten offers voor hun zonden. Ze probeerden van hun kant de kloof te overbruggen. Het lam dat ze offerden moest genoegdoening bewerken voor hun zonden, zegt de Hebreeënbrief, omdat ze telkens weer opnieuw zondigden, moesten er telkens nieuwe offers gebracht worden, die ook weer niet toereikend waren. Het bloed van lammeren bokken en stieren kon uiteindelijk de  verzoening tussen God en mens niet bewerken. Vanuit die achtergrond is de uitspraak van Johannes over Jezus enorm bevrijdend. Hij zegt eigenlijk: hier is nou het echte Lam, dat de verzoening bewerkt, dat alle zonden van de wereld wegneemt. Hij zal de oude ontoereikende offers vervangen. En Jezus is daartoe in staat omdat Hij van God komt. Hij is het Lam van God. De oude offerlammeren gingen alleen van de mens uit. In Jezus gaan God en mens samen. Hij is mens temidden van mensen, maar Hij is tegelijkertijd, zoals Johannes zegt: Hij die v66r ons is, die eerder was dan wij, dwz Hij die van eeuwigheid bij God is als de veelgeliefde Zoon. Hij is de mens op wie de volheid van Gods heilige Geest rust; Hij is de Zoon van God. Hij zal zijn leven als een offer aan God aanbieden, niet voor eigen zonden, maar voor de zonden van zijn broeders. Zo wordt Hij het Lam van God, dat de schuld van de mensen wegneemt en hen met God verzoend. God aanvaardt zijn eigen Lam als zoenoffer voor de wereld. Hij doet Christus opstaan uit de dood en samen met Hem allen die zich door Hem hebben laten verzoenen, die zich hebben wit gewassen in het bloed van  het Lam, zoals het boek Openbaring zegt. Onze verzoening met God, de vergeving van onze zonden loopt uitsluitend via Christus. Sinds Christus is er dan ook maar één offer, dat de moeite waard is om aan God aan te bieden: het offer van het Lam Gods. Dat levensoffer van Christus heeft Hij aan ons, zijn Kerk, in handen gegeven in de eucharistie. Wij mogen als zijn broeders telkens zijn Lichaam en Bloed als zoenoffer aan de Vader opdragen en daarbij onze persoonlijke offers insluiten, ons verdriet, onze pijn, onze offerende liefde en door de communie krijgen we deel aan de verzoening en groeit het leven van Christus in ons. Christus aanvaarden als het Lam Gods betekent van Hem de verzoening van onze schuld verwachten en ons steeds weer opnieuw met Hem en met zijn levensoffer verenigen, waardoor Hij onze zonden wegneemt en ons doet opstaan uit een dodelijk, godverlaten bestaan. Amen.
2de zondag door het jaar a
bij:Jes. 49, 3.5-6
1 Kor. 1, 1-3
Joh. 1, 29-34
PREKEN
zondagen
door het jaar a