
U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen, dat er in Jezus' tijd veel gesproken werd over die merkwaardige rabbi uit Nazaret. Onder de mensen waren natuurlijk heftige discussies over wie Hij nou eigenlijk was en wat zijn betekenis zou zijn in de lange geschiedenis van het Joodse volk. Uit het evangelie van vandaag blijkt dat het Jezus niet onverschillig laat hoe de mensen Hem zien. Maar Hij wil in ieder geval dat de leerlingen een juist beeld van Hem hebben. "Maar", zegt Hij, "wie zegt gij dat Ik ben?" Zijn volgelingen moeten weten wie Hij is. Ze moeten weten wie ze volgen en aan wie ze geloof schenken. En het is dan Petrus, die het woord neemt namens de leerlingen en hij doet dan die geweldige uitspraak over Jezus: "Gij zijt de Messias, de Christus, de Zoon van de levende God." Jezus belijdt hier in naam van de anderen Jezus als de Messias, als de Verlosser van de mensen en als Zoon van de hemelse Vader. En Jezus stemt in met die belijdenis, die zo groots is, dat ze niet uit Petrus zelf kan komen: "niet vlees en bloed (niet louter menselijke kennis) hebben u dit geopenbaard maar mij Vader in de hemel." Het getuigenis van Petrus wordt hier door Jezus bevestigd als komend van de Vader zelf. En Jezus voegt eraan toe dat dit niet geldt voor deze ene uitspraak alleen, maar dat het ook zal gelden voor de toekomst, voor de Kerk; dat Petrus de betrouwbare rots van die Kerk zal zijn.
Jezus voorziet, dat in alle tijden mensen allerlei beweringen over Hem en zijn leer zullen doen en Hij vindt het belangrijk, dat zijn leerlingen, dat de Kerk altijd zal weten wie Hij werkelijk is en wat Hij werkelijk leert. Dat het getuigenis van de Kerk niet uit louter menselijke kennis voortkomt, maar uit Gods openbaring. Dat de Kerk altijd vanuit God zal kunnen spreken, zoals Petrus nu doet bij Cesarea van Filippus. Daarom zal Petrus de steenrots blijven, de sleuteldrager van het koninkrijk, die mensen kan opendoen en kan buitensluiten, die kan zeggen: "jij met jouw opvattingen bent een echte leerling van Jezus en jij niet". Wat hij op aarde bindt of ontbindt, het zal in de hemel gelden. We hebben hier te maken met het ambt van Petrus dat dient tot eenheid en zekerheid in de kerk. En dat hoge ambt is er nog steeds in de opvolgers van Petrus, in de bisschoppen van Rome. Op hem, de paus, rust de zware verantwoordelijkheid, in eenheid met alle katholieke bisschoppen, de blijvende en onveranderlijke boodschap van Christus in deze tijd te verkondigen. In iedere tijd zijn er strevingen en tendensen, die nieuw zijn maar die overeenkomen met de boodschap van het evangelie. De Kerk moet die erkennen en bevorderen en dat doet ze ook in de persoon van de paus. Denk maar aan de mensenrechten, het streven naar wereldvrede, naar meer eenheid en rechtvaardige verhoudingen, aan de veranderde rol van de vrouw in de samenleving. De paus heeft al deze dingen en erkend en in vele encyclieken en toespraken de katholieken en alle mensen van goede wil opgeroepen hieraan van harte mee te werken. Maar er zijn in iedere tijd ook strevingen en tendensen in wereld en kerk die ingaan tegen het evangelie. En dan denk ik een grote onverschilligheid voor de objectieve waarheid. Veel mensen denken dat er geen objectieve, echte waarheid is maar dat ik het moet doen met mijn persoonlijke waarheid waar ik me fijn bij voel. De paus komt dan vanuit het christelijk geloof op voor de objectieve waarheid die God ons geopenbaard heeft in zijn schepping en in Christus, een waarheid die niet afhankelijk is van wat mensen ervan vinden maar die gewoon is: de waarheid rond huwelijk en sexualiteit, de waarheid rond wie de mens is, de waarheid de persoon van Christus, rond de sacramenten. En dat wat de paus de "cultuur van de dood" noemt: dat is begonnen met het steeds meer aanvaarden van het feit, dat de menselijke seksualiteit, die ten diepste op leven gericht is, kunstmatig beroofd wordt van zijn doel om namelijk het leven te schenken. De paus heeft voorspeld, dat dit vanuit een innerlijke dynamiek zou leiden tot abortus en euthanasie waarin de mens kiest, niet waarvoor hij moet kiezen, voor het leven maar voor de dood van zichzelf of van de medemens. En het is zo gebeurd. Ons paarse kabinet zet steeds stapjes verder in die richting. En het is het aloude verhaal: de mens maakt zichzelf tot god en eet van de verboden boom. En de boom van het leven verdwijnt om plaats te maken voor Kaïn die zijn broer Abel dood. In deze ontwikkeling blijft de Kerk, met name in de persoon van de paus, praktisch de enige rots in de branding van de tijd.
Niet dat de paus volmaakt is; dat was Petrus ook niet en er zijn heel wat pausen in de geschiedenis geweest die heus niet zo'n geweldige persoonlijkheden waren, maar het ambt dat zij bekleden is in het verleden en nu de garantie van echtheid, die ze niet aan zichzelf ontlenen, niet uit vlees en bloed maar uit de Vader die in de hemel is. Het is op grond van Gods werk in hen dat zij in de kerk het laatste en hoogste woord spreken. Bij Petrus, bij de paus, zijn we veilig op de weg van het geloof in Christus. Immers Christus spreekt door hem. Daarom kunnen we met Paulus dankbaar zeggen: "hoe ondoorgrondelijk zijn Gods beslissingen", want in Petrus, wie dit ambt ook mag bekleden, heeft Hij ons een vaste rots gegeven waarop ons geloof veilig is. Amen.



21ste zondag door het jaar a
bij: Jes. 22, 19-23
Rom. 11, 33-36
Mt. 16, 13-20
PREKEN
zondagen
door het jaar a