De profeet Jeremia heeft het niet gemakkelijk. Hij houdt van God. Hij weet zich door God aangesproken en hij kan niet zwijgen over God. Hij moet diens woord spreken in een wereld die nauwelijks van God wil weten, die zich in ieder geval niet door God wil laten gezeggen. Jeremia 's woord over de dreigende straf, als men zich niet bekeert, is aan dovemansoren gezegd. De mensen lachen hem uit, drijven de spot met hem. "Kijk nou eens, die uitslover, zeggen ze, die zwartkijker. Die denkt nog dat we moeten leven als vroeger. Hij denkt zeker dat hij ons bang kan maken met zijn onheilsprofetieën." En zo voelt Jeremia zich alleen staan in een wereld die niet van de ware God wil horen, omdat die te moeilijke dingen vraagt; een wereld die zich liever een eigen god schept. Dat alleen staan doet pijn; zo'n pijn zelfs dat de profeet bij zichzelf denkt: "ik doe het niet meer; ik houd mijn mond; het haalt toch allemaal niets uit. Het Woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad." Maar God is zo sterk in hem, dat hij moet spreken. Hij kan zich niet inhouden. Hij blijft ondanks zichzelf de mond van God in deze wereld.
De situatie in onze dagen is niet veel anders dan in de tijd van Jeremia. Ook nu gaan de meeste mensen hun eigen gang. Ze willen zich in hun werk, in hun huwelijk, in hun omgaan met ziekte en dood niet laten gezeggen door het woord van God. Ze geloven niet in een God, die een heel bepaalde eredienst verwacht van gebed en eucharistie. Ze willen niet geloven in een God die spreekt en handelt door de Kerk. Die God is hun te lastig. Ze maken zich een god op maat, een moderne god, die hun religieuze behoeften bevredigt, maar die geen moeilijke dingen vraagt. De new-age-stroming die bewust en onbewust zoveel aanhangers heeft is daar een duidelijk voorbeeld van. En net als de tijd van Jeremia zijn er voldoende valse profeten die met hun vlot geschreven boeken en met een vlotte babbel op tv deze afgod propageren.
Als je christen wilt zijn in deze tijd, als je gehoorzaam wilt zijn aan de enige ware God; als je, zoals Paulus het zegt, je gedrag niet wilt afstemmen op deze wereld, als je jezelf aan Hem wilt toewijden als een levende heilige offergave, dan kun je je soms ook voelen als Jeremia: iemand die alleen staat, om wie men lacht en van wie men zegt: hij gaat niet met zijn tijd mee. Natuurlijk gaan we niet klakkeloos met de tijd mee. We zijn immers christenen, wij gaan met Christus door de tijd. Dan ben je net als Jeremia, net als de eerste christenen een beetje een buitenstaander. En dat geldt niet alleen voor de priesters. Christelijke ouders kennen de pijn van kinderen die andere wegen gaan. Christelijke jongeren kennen de pijn van vrienden en vriendinnen die niet begrijpen wat jou beweegt. Als we voor Gods zaak staan, kennen we tegenwoordig allemaal de pijn van het niet "in" zijn, van het geen succes hebben. Maar dat is niets nieuws. Jezus zelf, Gods eigen Zoon had menselijkerwijs gesproken geen succes. Hij werd door zijn volk verworpen. De gezaghebbende publieke opinie keerde zich tegen Hem en Hij werd als een mislukkeling aan het kruis geslagen. En dan krijgen we dat wonderbaarlijke van God: het kruis wordt het overwinningsteken. Het kruis juist brengt de verrijzenis en het leven. Al brengen geloof en trouw op korte termijn geen succes, op de langere termijn behalen ze de overwinning. Het christendom heeft zich verbreid dankzij het bloed van talloze martelaren. De losbol Augustinus bekeert zich en wordt de heilige kerkleraar dankzij de onophoudelijke tranen en het jarenlange gebed en het geduldige voorbeeld van zijn heilige moeder Monica.
En natuurlijk hebben we allemaal een beetje de neiging van Petrus om het succes te zoeken, of om minstens een afgang te besparen. We willen toch wel een beetje prettig leven. Als we nou niet helemaal tot het uiterste gaan, een beetje water bij de wijn doen, de kool en de geit sparen: laten we niet naar Jeruzalem gaan, zegt Petrus. Als we in Galilea blijven, dan is dat veiliger. En dan klinkt dat scheper woord van Jezus: "Ga weg, satan". Dan ben je Gods tegenstander, alleen maar uit op tijdelijk succes, op de lieve vrede, op het compromis. We moeten allemaal het kruis van het onbegrip, van het geen succes hebben, van het niet "in" zijn dragen. Want, zeg nou eerlijk: wat voor nut heeft het heel de wereld te winnen, als je schade lijdt aan je ziel en je eeuwig leven, je band met God erbij in schiet? Amen.

22ste zondag door het jaar a
bij: Jer. 20, 7-9
Rom. 12, 1-2
Mt. 16, 21-27
PREKEN
zondagen
door het jaar a