
Voor veel mensen is de eigen kijk op de wereld de norm. Zoals zij het zien of, liever nog voelen, zo is het ook. Als vindt dat je zondags niet naar de kerk hoeft te gaan, dan is dat ook zo; als ze vinden dat je niet hoeft te trouwen maar ook ongehuwd mag samenwonen, dan is dat zo. Als ze vinden dat euthanasie in bepaalde gevallen moet kunnen, dan is dat de norm. En God heeft zich daar eigenlijk maar bij aan te passen. Men weet zeker dat Die het wel goed zal vinden. Dat kun je alleen maar volhouden, als niet kijkt wat er werkelijk in de bijbel staat en als je niet serieus luistert naar wat de Kerk in jezus' Naam leert.
Christus bekijkt de dingen nooit vanuit zichzelf, niet vanuit een menselijk standpunt. Christus beziet alles vanuit God. Het gaat Hem altijd om de wil en de eer van de Vader: uw Naam worde geheiligd, uw wil geschiede.
Als Jezus het vandaag in het evangelie heeft over vergeven, dan neemt hij niet een of ander humanistisch standpunt in: zo van vergeven is redelijk tussen mensen, anders blijven er maar vetes en ruzies bestaan. Nee, zo denkt Petrus eigenlijk. Hij vindt dat hij al heel ver gaat als hij zeven keer vergeeft. De achtste keer mag in mijn haren toch wel terughalen. Ik hoef toch niet eindeloos de kaas van mijn brood te laten eten. En dan vertelt Jezus eerst hoe God is tegenover ons. Iedereen van ons staat tegenover God in een geweldige, onvoorstelbare schuld. Tienduizend talenten is omgerekend ongeveer 45 miljoen gulden. Ja, en dan beginnen we weer vanuit ons eigen menselijke standpunt te redeneren. Schuld tegenover God? Ik? Ik doe toch niks verkeerds. En toch zegt Jezus: "jij staat met een onvoorstelbare schuld tegenover God". Naar wie luisteren we nu eigenlijk: naar ons eigen kleine verstand of naar Jezus? Wij delen immers in de schuld van Adam, van de hele mensheid die zich van God heeft afgekeerd waardoor we het kindschap Gods hebben verloren, de vriendschap met Hem hebben verspeeld. Dat is de werkelijkheid zoals God die ziet. Onze schuld tegenover God is zo groot, onze situatie tegenover God zo onmogelijk dat we een Verlosser nodig hebben, die ons schuld voor God wegdraagt. Die plaatsvervangend voor ons genoegdoening heeft gegeven door zijn offer op het kruis. In het doopsel is ons die geweldige schuld, te vergelijken met 45 miljoen gulden, kwijt gescholden en heeft God ons weer als zijn kinderen aangenomen. Hij vraagt dat we nu voortaan ons leven op Hem afstemmen. En doen we dat? Neen, lang niet altijd. We gaan telkens weer in meer of mindere mate in de fout. We halen de norm van Jezus niet. We vragen ons lang niet altijd af wat de wil van de Vader is, laat staan dat we Hem doen. Maar ook dan staat God door Jezus klaar met zijn vergeving. Jezus heeft ons zelfs een sacrament gegeven waarin we ons kunnen bekeren en ons deze zekerheid van de vergeving geeft, het tweede doopsel, de biecht. God vergeeft, al is je schuld nog zo groot, maar je moet er wel om smeken net als de knecht uit het verhaal. Je moet je wel bewust zijn van je schuld. Anders betaal je terug. Immers God is hoewel Hij oneindig barmhartig, ook oneindig rechtvaardig.
De maat waarin wij onze naaste moeten vergeven, is de maat van God. Niet onze eigen maat. De schuld van de naaste kan immers nooit zo groot zijn als onze schuld tegenover God, zegt Jezus. Daarom moet je altijd vergeven, wil je op Gods vergeving blijven rekenen. Zo bidden we ook steeds in het onzevader: vergeef ons onze schuld zoals ook wij anderen hun schuld vergeven. Dus we kunnen en mogen God niet om vergeving bidden als we niet van harte onze naaste vergeven. Als we niet vergevingsgezind zijn, als we niet de eerste stap zetten bij een onenigheid, dan zal God ons zijn vergeving niet schenken. "Zijn heer leverde hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben." Vermetel vertrouwen op Gods barmhartigheid miskent zijn rechtvaardigheid.
Christen zijn, broeders en zusters, is niet "denken vanuit jezelf". Dat doen de heidenen die God niet kennen. Christen zijn betekent: Gods wil laten geschieden zoals Hij die geopenbaard heeft in Christus en zoals Christus ons die leert door zijn Kerk. Amen.



24ste zondag door het jaar a
bij: Sir. 27, 30-28,7
Rom. 14, 7-9
Mt. 18, 21-35
PREKEN
zondagen
door het jaar a