Er zijn twee dingen, zusters en broeders, waar wij het in ons zicht op God moeilijk mee hebben. Op de eerste plaats met Gods rechtvaardigheld, met God die het goede loont en het kwade straft, zoals de catechismus ons leert bij de vier voornaamste waarheden van het geloof. Wij vinden in onze tijd nogal gemakkelijk, dat dat in strijd is met Gods goedheid en barmhartigheid. Hoe kan Hij nou mensen straffen, als Hij oneindig goed is? En voora1 hoe kan Hij mensen straffen met de eeuwige straf van de hel, als Hij toch een goede God is? Toch kunnen we aan die rechtvaardigheid van God niet voorbij, als we de Bijbel serieus nemen. Telkens is er sprake van de dreiging met de straf voor mensen die zich niet bekeren. Ook Jezus spreekt steeds opnieuw over buiten geworpen worden in de plaats waar geween zal zijn en tandengeknars. We moeten dus Gods rechtvaardigheid heel serieus nemen. Gods rechtvaardigheid is natuurlijk niet, dat Hij er plezier in heeft mensen te verdoemen. Integendeel God wil, dat de mensen gered worden. Daarvoor heeft Hij in zijn oneindige liefde alles over, zelfs zijn eigen Zoon, die sterft op het kruis. Maar als mensen niet willen, echt niet willen, zich met heel hun wezen van God afkeren in hun daden, dan moet Gods rechtvaardigheid hun keuzevrijheid respecteren. Gods reddende hand gaat niet om de menselijke vrijheid heen. Een ook al is zijn barmhartigheid duizendmaal groter dan zijn rechtvaardigheid, toch blijft staan, en dat is ook het getuigenis van de Schrift, dat er een plaats van loutering is waar men een tijdelijke straf ondergaat om geschikt te worden voor Gods aanschijn te treden en ook een plaats van verdoemenis waar zij terechtkomen die heel bewust tegen God in gekozen hebben. Een tweede moeilijkheid die we hebben en die is een beetje tegenstrijdig met de eerste, is Gods barmhartigheid. Niet alleen met zijn rechtvaardigheid hebben we moeite, maar ook met zijn barmhartigheid. En juist over dit aspect handelt het evangelie van vandaag. Het is eigenlijk merkwaardig: van de ene kant hebben we moeite met de hel en van de andere kant hebben we ook moeite met het feit, dat mensen die heel hun leven de bonte boer hebben uitgehangen toch in diezelfde hemel zouden komen als wij die heel ons leven geprobeerd hebben braaf te leven zoals God het wil. Dat vinden we toch ook weer niet helemaal rechtvaardig. Net zo min als die werkers van het eerste uur, die mopperen om dat de werkers van het elfde uur net zoveel krijgen als zij. Wij willen blijkbaar te veel met menselijke maten meten Gods barmhartigheid, zijn goedheid is inderdaad oneindig en gaat ver boven onze menselijke goedheid uit. Hij vergeeft, al is de schuld nog zo groot. Het enige wat Hij vraagt is, en dat is het beslissénde: bekering, dat de mens zich tot Hem wendt, zich berouwvol tot Hem keert. Op welk uur van de dag, op welk moment van zijn leven: dat is niet van doorslaggevende betekenis. Kies je vroeg: dan heb je de vreugde van een leven, dat in God geborgen is, een zeker leven; kies je laat, dan moet je dat missen. Dan zwalk ,je misschien op en neer; dan mis je zekerheid en geborgenheid, die je pas vindt als je gekozen hebt voor God. Maar de beloning is hetzelfde voor allen die tijdens hun leven gekozen, al is het ook in de laatste minuut: het eeuwig leven, het rijk van God. Dat is Gods goedheid en barmhartigheid. En daarom is het ook zinvol en hoopvol te blijven bidden voor hen die verkeerde wegen gaan, vooral dierbare medemensen die zich van God af bewegen. Als ons gebed tot hun bekering kan bijdragen, al is het in het laatste uur van hun leven, dan zullen ze gered zijn. Jezus getuigt van Gods gerechtigheid en van zijn overgrote barmhartigheid: de beslissing ligt uiteindelijk bij de mens zelf. Het is zijn keuze die bepaalt of Gods barmhartigheid zijn werk kan doen. De blijde boodschap is steeds: het is nooit te laat. God wacht in zijn barmhartigheid op iedere zondaar, die zich wil bekeren en zich tot Hem wendt. Amen.

25ste zondag door het jaar a
bij: Jes. 55, 6-9
Fil. 1, 20c-24.27a
Mt. 20, 1-16a
PREKEN
zondagen
door het jaar a