De eerste lezing uit het boek Genesis vertelt ons, dat het huwelijk tussen twee mensen geen menselijke uitvinding is, maar dat God zelf het vanaf in den beginne zo bepaald en ingericht heeft. In de beelden­de taal van de bijbel wordt de eenzaamheid van de mens geschilderd tussen de dieren, die hij een naam geeft maar bij wie hij geen hulp vindt die bij hem past. In diezelde beeldende taal vinden we dan het huwelijk volgens Gods bedoelin­gen beschreven: de volstrekte eenheid en eensgezindheid van man en vrouw in het huwelijk, die hen doet uitroepen: "jij bent werkelijk vlees van mijn vlees, gebeente van mijn gebeente".
Zo was het "in den beginne", zegt Jezus en dan bedoelt Hij niet alleen in het begin van de tijd, toen God de mensen schiep maar Hij bedoelt nog veel meer: zo is het in beginsel. Zo is het in principe. Zo is het eigenlijk door God bedoeld. Als man en vrouw in vrijheid ja tegen elkaar zeggen, dan is het God die hen elkaars rib doet zijn. Met dit ideaalbeeld begint vrijwel ieder huwelijk. De bedoelingen van man en vrouw, hun diepste verlangens ook worden wat dat betreft goede vertolkt in de huwelijks- en liedepoëzie die wij kennen.
De feitelijke situatie is vaak anders. Al van het begin af aan. Anders hadden het zesde en het negende gebod niet in de tien gebo­den hoeven te staan. De eenheid verbreken, metterdaad of zelfs alleen in gedachte, begeerte wordt daar veroordeeld samen met afgoderij, stelen en moorden. Maar de hard­heid van het hart van de mens is blijkbaar groter dan de liefde van het begin; die hardheid verstikt aanhoudend die liefde die door God bezegeld is, zodat Mozes - als het ware ten einde raad, zegt Jezus - toegestaan heeft een scheidings­brief op te stellen. De farizeeën en zelfs de leerlingen gaan in hun vragen aan Jezus omtrent het huwelijk uit van de bestaande situatie, waarin men ziet dat gehuwden van elkaar weggaan en nieuwe relaties aangaan. Ze zouden van Jezus daaromtrent graag regels hebben. Ze vragen dan ook: omwelke reden mag je nu uit elkaar gaan? Jezus weigert stelsel­matig daar een antwoord op te geven. Hij heeft geen andere norm dan de nomr van het boek van de schepping: wat God verbonden heeft, dat mag de mens niet scheiden. Jezus kent blijkbaar geen uitzonderingen op die norm; niemand, noch de farizeeën, noch zijn leerlingen kunnen hem die ontfutse­len.
Ik denk dat dat alles te maken heeft met het feit, dat Jezus gekomen is om het koninkrijk Gods te herstellen, om de toestand van het begin te herstel­len, om de hardheid van het hart van de mensen te vervan­gen door echte liefde. In zijn gemeenschap, de Kerk die Hij sticht, moet dat koninkrijk van God gestalte krijgen; daar moet de profetie van Ezechiël in vervulling gaan, die zegt: "in plaats van een stenen hard zal Ik u een hart van vlees geven en Ik zal mijn Geest over u uitstorten. De toestand van het begin, ook wat betreft het huwelijk, zal alleen gehaald kunnen worden in de kracht van de heilige Geest. Het is de Geest van Jezus die het mogelijk maakt die toestand van het begin te herstellen. Die heilige Geest waarvan Jezus vol was, heeft het Hem mogelijk gemaakt trouw te zijn in liefde tot God en de mensen, dwars door lijden en dood heen. Diezelfde heilige Geest ontvangt iedere christen in doopsel en vormsel. En als die christen gehuwd is, zl hij in de kracht van die heilige Geest de opdracht en de taak hebben Christus'liefde na te volgen en te beleven in de trouwe liefde voor zijn partner, in goede en kwade dagen. Let wel: de heilige Geest ook gehuwden evenmin als Christus in de hof van olijven tegen de verzuchting: "Heer, laat deze kelk aan Mij voorbij­gaan." Hij geeft wel de kracht met Jezus te zeggen: "Niet mijn wil maar uw wil geschiede." Het is de apostel Paulus die al een wezenlij­ke overeenkomst zag tussen de liefde van twee gehuwden en de liefde van Christus voor zijn Kerk. De Kerk kan nog zo gebrekkig zijn, haar leden liefdeloos, Christus heeft er zijn leven voor gegeven in onvergetelijke trouw. Die Geest van liefde en trouw, die Geest moet ook christelijk-gehuw­den bezielen. Daarin bestaat het sacrament, het middel ten heil, dat hen, evenals Christus, tot de vreugde van pasen brengt. Het zal duidelijk zijn, dat christelijk gehuwden die heilige Geest alleen kunnen behouden als ze in nauw contact met Christus blijven, door te luisteren naar zijn woord, door gezamenlijk gebed, door het regelmatig vieren van de eucharistie. Immers alleen in die kracht van de Geest die daarin geschonken en versterkt wordt, hebben christen-gehuwden een kracht die hen sterker maakt in bekoringen en tegen­slagen dan de niet-christen.
Tenslotte nog dit: als Christus een tweede huwelijk veroordeelt als echt­breuk, veroordeelt Hij daarmee de daad en niet per se de men­sen. Het hoort daarom ook bij de geest van Jezus te onderhouden: "oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt". Het is gemakkelijk andere mensen te veroorde­len, als je zelf nog niet in de hof van olijven geweest bent. Jezus trapt nooit mensen in de hoek. Hij geeft ze steeds nieuwe kansen. Zelf blijft Hij zijn idealen trouw tot in de dood. Laten we hierin onze Meester navolgen: zelf het ideaal van het christelijk huwelijk hoog houden in opofferende liefde en
27STE ZONDAG DOOR HET JAAR B
Bij: Gen. 2, 18-24
Hebr. 2, 9-11
Mc. 10, 2-16
PREKEN
zondagen
door het jaar b