
De joden hadden eigenlijk een tempelbelasting. Van dat geld werden in Jeruzalem voortdurend offers aan God opgedragen. De eredienst in de tempel werd dus uit de belasting gefinancierd. De Joden betaalden dus eigenlijk belasting aan God. Belasting betalen was een daad van godsdienst. Nu waren in Jezus' tijd de Joden geen heer en meester meer in hun eigen land. De Romeinen waren sinds jaar en dag de bezettende macht. De Romeinse keizer eiste nu ook, dat de Joden aan hem belasting betaalden. Bij het feit, dat de Romeinen bezetters waren, kwam nog het feit, dat de Romeinse keizer zich als god beschouwde en dat daarom veel Joden belasting betalen aan de keizer als een vorm van afgodendienst beschouwden. U begrijpt dus, hoe lastig de vraag voor Jezus was. De Farizeeën waren er, ondanks alle vriendelijkheden waarmee de vraag werd ingeleid, op uit Jezus af te laten branden. Zou Hij immers antwoorden, dat de Joden belasting moesten betalen, dan zou Hij zich tegenover vele vrome Joden als Messias ongeloofwaardig maken. Hoe kon immers een Messias, die de Joden van vreemde onderdrukking moest bevrijden en Gods heerschappij moest herstellen, aansporen tot financiering van een vreemde overheerser, tot een belasting, die afgodische trekken had? Zou Hij antwoorden, dat ze geen belasting aan de keizer moesten betalen, dan zou Hij zich meteen bij de Romeinen verdacht maken als een politieke rebel. Op een heel wijze manier weet Jezus zich uit de strikvraag te redden door aan te tonen, dat het muntstuk van de keizer is, omdat het zijn beeltenis draagt: geef dan aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.
Wat betekent dat verhaal voor ons?
Ik denk, dat we er een paar dingen over kunnen zeggen:
Op de eerste plaats, dat Jezus hier en ook elders in het evangelie uiterst terughoudend is zijn boodschap en zijn zending met politiek te verbinden. Hij heeft zich helemaal niet gemengd in de politiek van zijn tijd en Hij heeft een politiek messiasschap wat de Joden eigenlijk verwachtten radicaal van de hand gewezen. Jezus boodschap is niet op de eerste plaats een politieke boodschap, maar is een boodschap over de grote dingen van God: over Gods toekomst en hoe je daar hier en nu deel aan kunt hebben als individuele mens. Jezus roept mensen op tot bekering: zich te wenden tot God, de waarheid over God te aanvaarden, zijn weg te gaan en zo het Leven te vinden. Jezus' boodschap is groter dat het aardse hier en nu waarin de politiek speelt. En onder slechte politieke omstandigheden, als mensen onderdrukt worden, zelfs als ze opgesloten worden in concentratiekampen, behoudt Jezus boodschap zijn gelding. Ook in die omstandigheden, als je volledig geknecht en machteloos bent, dan kun je christen zijn. Christen zijn is dus op de eerste plaats je bekeren tot God, Jezus' weg van liefde gaan, aan de eisen van zijn evangelie beantwoorden in je persoonlijke leven onder welke omstandigheden dat je ook leeft.
Natuurlijk leeft ook een christen in een maatschappij, in het hier en nu en zal als consequentie van zijn geloof en zijn handelen met politiek te maken hebben. Hij zal keuzes moeten doen die politieke consequenties hebben. Maar dan zijn er vaak verschillende keuzes mogelijk, die lijnrecht tegenover elkaar staan, maar daarom nog niet onchristelijk zijn. We hebben enige jaren geleden in Nederland het debat gehad over de kruisraketten. Er waren toen christenen die de straat opgingen om tegen de plaatsing te demonstreren omdat het onmenselijke wapens waren. Andere christenen verenigden zich om ervoor te pleiten, dat ze uit een oogpunt van evenwicht en veiligheid toch geplaatst werden. Ik denk, dat beide standpunten vanuit christelijk gezichtspunt te verdedigen zijn. Dergelijke situaties doen zich in de concrete situatie van ons leven en van onze maatschappij nogal eens voor. We mogen dan niet zeggen dat het ene standpunt christelijker is dan het andere. Dat leert ons het evangelie. Ook Jezus kiest in dat soort dingen geen partij, maar veroordeelt de partijen ook niet. In het voetspoor van Jezus is ook de Kerk voorzichtig, als het gaat over concrete politiek waarin verschillende christelijke oplossingen mogelijk zijn. Daarom verbiedt ze ook bisschoppen en priesters, die haar rechtstreekse vertegenwoordigers zijn politieke functies te bekleden. Evenmin als Christus een aardse Messias was, mag de Kerk een aards en politiek messianisme verkondigen en moeten haar priesters voorzichtig zijn met publieke politieke keuzes, dar waar er meerdere mogelijkheden zijn. Het is de taak van de Kerk mensen op te roepen in hun persoonlijk leven Christus radicaal te volgen, de dingen van God midden in hun leven te plaatsen, zodat ze in het concrete leven van alledag, en ook in het maatschappelijke leven vanuit dat christen zijn keuzes kunnen maken, die ook in deze wereld, zij het gebrekkig, iets van Gods toekomstige koninkrijk gestalte geven. Amen.



29ste zondag door het jaar a
bij: Jes. 45, 1.4-6
1 Tess. 1, 1-5b
Mt. 22, 15-21
PREKEN
zondagen
door het jaar a