
Van nu tot aan het begin van de vasten lezen we in het zondagsevangelie telkens een gedeelte uit de beroemde Bergrede van Matteüs. Vandaag hebben we het plechtige begin van die Bergrede gehoord. Jezus bestijgt de berg en onderricht vandaar zijn leerlingen en het volk. Die berg is bij Matteüs niet zomaar een toevallige plaatsbepaling, nee de evangelist wil met die plechtige bestijging van de berg door Jezus iets heel belangrijks uitdrukken. Een berg is niet zomaar een plaats, het is de plaats waar men dicht bij God is. Jezus gaat de berg op, staat elders in het evangelie, om te bidden; daar openbaart Hij zich aan zijn leerlingen in de gedaanteverandering. De berg is ook de plaats waar God het verbond sluit met zijn volk. Denkt u maar aan de Sinaï. Van de berg Sinaï daalt ook Mozes af met Gods geboden, de wet van het Oude Verbond. Vanaf de berg ontvangt het volk Israël Gods eigen voorschriften. Daaraan denkt de evangelist Matteüs, als hij Jezus ziet spreken vanaf de berg. Hij beschrijft hier Jezus als de nieuwe Mozes, als de Messias waarnaar het hele oude testament verlangend uitzag. Jezus is de nieuwe Mozes, die een nieuw en altijddurende verbond tussen God en de mensen tot stand zal brengen en die de wetten van dat nieuwe verbond proclameert vanaf de berg. Dat wordt nog bevestigd door de uitspraken van Jezus verderop in de bergrede, die we de komende zondagen zullen horen: "Gij hebt gehoord, dat tot de vaderen gezegd is ....., maar Ik zeg u.... In Jezus op de berg ontmoeten wij de nieuwe Mozes, de Messias, die de grondregels, de grondwet van het nieuwe Verbond, van het Rijk Gods openbaar maakt. En alwie in dat nieuwe verbond wil staan, wie deel uit wil maken van het Rijk Gods moet trachten volgens die wet van het evangelie te leven.
En aan het begin van die wet, van die levensregels staan als een soort grondwet de zaligsprekingen. En het kenmerkende van die grondwet is, dat hij de wereld op zijn kop zet. Het wordt duidelijk, dat de waarden die voor de wereld zo belangrijk zijn voor God niet tellen, in zijn rijk niet in aanzien staan. En omgekeerd dat wat de wereld als onwaarde ziet, voor God juist telt. Jezus proclameert als de nieuwe Mozes aan welke kant God staat.
Hij staat aan de kant van de armen van geest. Zij horen tot zijn Rijk. En de armen van geest dat zijn zij die niet gehecht zijn aan bezit, nederig open staande voor Gods wil, nederig openstaande voor hun medemensen. Zij zijn zalig.
Hij staat aan de kant van de treurenden, van hen die verdriet hebben, omdat het leven hen slaat of omdat hun medemensen hen vertrappen. Hijzelf zal hen troosten en recht verschaffen. Daarom zijn ze zalig.
Hij staat aan de kant van hen, die verlangen naar rechtvaardigheid, omdat ze zelf onrechtvaardig behandeld worden of omdat ze rechtvaardigheid zoeken te bereiken voor anderen die uitgebuit of vertrapt worden. Hij zelf zal die honger naar gerechtigheid zelf verzadigen.
Hij staat aan de kant van hen die barmhartig durven zijn, vergevingsgezind. Zij zijn zalig omdat God ook tegenover hen barmhartig zal zijn.
Hij staat aan de kant van de zuiveren van hart, van hen die eerlijk en kuis zijn, die puur leven. Aan de kant van hen die niet op hun strepen staan, op macht uit zijn of eigen gelijk, maar die vrede brengen in hun omgeving, in hun gezin, hun familie.
Hij staat aan de kant van hen die vervolgd worden om hun overtuiging; aan de kant van hen die omdat ze consequent in Christus geloven en daarvoor uitkomen, belasterd worden, voor de gek gehouden worden en belachelijk gemaakt. God zal hen allen recht verschaffen, Hij zal ze erkennen als zijn mensen. Daarom worden ze zalig geprezen.
Hoewel de grondwet van het Rijk Gods niet gesteld is in geboden: gij zult dit of gij zult dat, wijzen de zaligsprekingen ons een even fundamentele weg. Zij gebieden ons aan dezelfde kant te gaan staan als God: naast de armen, naast de treurenden, naast de vervolgden, naast hen die ongerechtigheid moeten verduren. Zij roepen ons op zelf arm van geest te zijn, zachtmoedig, barmhartig, zuiver van hart, vredestichter en getuige van Jezus' boodschap. Zo en zo alleen staan wij onder het nieuwe verbond dat God met ons sloot in Jezus, Messias. Amen.



4de zondag door het jaar a
bij: Sef. 2, 3; 3, 12-13
1 Kor. 1, 26-31
Mt. 5, 1-12a
PREKEN
zondagen
door het jaar a