Jezus klinkt onverwacht hard in het evangelie van vandaag. Het zijn hoge eisen die Hij stelt; eisen waaraan je moet voldoen om het Koninkrijk God binnen te gaan. Hij handhaaft niet alleen de geboden van het Oude Testament, Hij scherpt ze zelfs nog: niet alleen hij die iemand anders vermoordt, is strafbaar met het vuur van de hel, maar zelfs hij die zijn medemens dwaas noemt. Fel richt Hij zich tegen iemand die zijn vrouw wegstuurt, of wie een gescheiden vrouw trouwt. Het zijn echtbrekers, die het koninkrijk Gods niet kunnen beërven. Hij noemt zelfs echtbreuk, wie in gedachte de vrouw van een ander begeert. Het moge duidelijk zijn, dat Jezus hier en elders in het evangelie de zonde niet vergoelijkt. Je kunt je nooit op Jezus beroepen, als je de zonde probeert goed te praten of als je meent, dat je je niet aan de wet of de geboden hoeft te houden.
Je kunt je wel met recht en rede op Jezus beroepen, als je de zonde met name durft te noemen en wijst op de ernstige gevolgen van de zonde: met name de eeuwige straf, wat Jezus zelf het vuur van de hel noemt.
De Kerk doet dat, met name ook bij monde van de paus. De Kerk zegt heel duidelijk en onomwonden wat zonde is. Dat is haar taak, haar opdracht in het voetspoor van Jezus zelf. Als mensen zich in groten getale zich niet aan geboden houden, gemakkelijker leven, zich niet inspannen om de geboden te onderhouden of met fraaie woorden en redeneringen een lossere levenswijze propageren, dan mag de Kerk, als ze trouw wil zijn aan Christus, daarin niet meegaan, ook al zou ze daardoor misschien populairder worden. Immers de Kerk verkondigt de smalle weg van het Koninkrijk Gods, de weg van de geboden in de Geest van Jezus, niet de brede weg van de bandeloosheid, die onherroepelijk van God wegvoert, die de mens brengt naar de eeuwige ondergang. Nou nou, zeggen dan tegenwoordig een heleboel mensen: zo'n vaart zal het wel niet lopen. De hel bestaat niet. God laat immers in zijn goedheid niemand verloren lopen. Nou, dat zij dan mensen die het beter weten dan de H. Schrift, beter weten dan God zelf. De Bijbel is één grote oproep aan de mens om volgens Gods geboden te leven. Immers de mens moet kiezen voor de geboden en daarin voor God of tegen de geboden en daarin tegen God. De vrije keuze wordt bezegeld in beloning of straf. De eerste lezing van vandaag zegt het heel duidelijk: voor de mensen liggen als keuze het leven en de dood, en waarvoor een mens kiest wordt hem gegeven. En die keuze wordt bepaald door het al dan niet onderhouden van de geboden. Daarom is Jezus zo hard en nauwgezet, en in navolging van Hem de Kerk, als het gaat over het voorhouden van de geboden, en het eisen van het onderhouden van die geboden. Het heil van de mens hangt ervan af.
Dat is echter niet het hele verhaal. Jezus heeft tegelijkertijd ook, als hij
individuele mensen ontmoet, begrip voor hun zwakheid, als ze die zwakheid erkennen en er spijt van hebben. Dan klinkt het telkens: uw zonden zijn u vergeven; ga heen en zondig niet meer. Hij zoekt de zondaars, niet om hun leven goed te praten, maar om hen tot bekering te brengen en hen dan nieuwe kansen te geven. Zo was het met Zacheüs, de tollenaar, met de Samaritaans vrouw, met de overspelige vrouw die men wilde stenigen. Hij praat niet goed, maar Hij vergeeft, als Hij ziet dat men tot inkeer komt. Hij zet ze opnieuw op de weg naar God. Datzelfde doet ook de Kerk. Zij stoot nooit een zondaar weg. Ze roept op tot bekering en als men spijt heeft, al is het nog zo erg wat men gedaan heeft, de Kerk vergeeft in Christus' Naam en zet mensen weer op de weg naar God.
Het is belangrijk deze twee aspecten van Jezus' optreden, en ook van het handelen van de Kerk uit elkaar te houden: enerzijds de zonde aanklagen en bij name noemen, anderzijds oneindig barmhartig zijn voor de individuele zondaar die zich bekeert.
Wat men tegenwoordig aan Jezus toeschrijft en van de Kerk vraagt: namelijk de zonde goed te praten, zodat er eigenlijk geen vergeving meer nodig is; is niet de houding van Jezus en kan dus ook niet de houding van de Kerk zijn.
Een leeuw op de preekstoel, een lam in de biechtstoel, zo moet een priester van de Kerk zijn in navolging van Jezus. In de verkondiging de zonde bij name noemen en de consequenties van waar de zonde toe leidt: straf, en in ernstige gevallen eeuwige straf. En anderzijds in het sacrament van boete en vergeviung de evangelische barmhartigheid, die in Christus' Naam de individuele zondaar vergeeft, met God verzoent en opnieuw op de weg van het heil zet. Amen.


6de zondag door het jaar a
bij: Sir. 15, 15-20
1 Kor. 2, 6-10
Mt. 5, 17-37
PREKEN
zondagen
door het jaar a