
Een hele duidelijke vraag, een gewetensvraag stelt Jezus ons vandaag in het evangelie: waar ligt het zwaartepunt van jouw leven: ligt het bij God en bij zijn Rijk van liefde en gerechtigheid of ligt het zwaartepunt van je leven bij jezelf, bij het hier en het nu? Een moeilijke vraag: want je kunt als christen wel heel vlot antwoorden: natuurlijk bij God en bij zijn koninkrijk. Daar heb ik als christen toch voor gekozen. Daar geloof ik in. Maar is dat in de praktijk van het leven ook werkelijk zo? Eerlijk: hoe zit in de praktijk van alledag met de keuze voor de levende God of de geldgod mammon? Wie wint het dan? Hoeveel concessies doen we niet aan ons geweten ter wille van geld of goed? Of zou ons geld niet meer in dienst moeten staan van God en van zijn koninkrijk. Zijn we dienstbaar met ons geld of is het toch alleen maar voor mezelf. Voor die keuze worden we steeds weer gesteld in ons dagelijkse leven. Ik ben bang, dat ik en het geld het vaak winnen. En waar zijn we in de praktijk van alledag het meest bezorgd voor: voor ons eeuwig heil, voor het welzijn van onze naasten of voor de materiele dingen van onszelf, voor voedsel, nieuwe kleding, feestjes,vakanties. Wordt ons leven in de praktijk niet vaak beheerst door al deze dingen? Legt het najagen van plezier en uiterlijke dingen niet een al te grote nadruk op ons leven. Heel concreet: wat is in het zicht van God belangrijker: een geplande vakantie of het verzorgen van een ziek familielid? Wat is belangrijker: een nieuw kledingstuk toevoegen aan de lange rij in de kleerkast of dat geld besteden aan het lenigen van honger in de wereld? Wat is belangrijker, dat uw kinderen een goede opleiding en een goedbetaalde baan hebben of dat gelovig zijn en leven volgens Gods geboden? Wat is belangrijker: feest vieren tot diep in de nacht en daarna uitgeteld op je bed liggen tot ver in de dag of naar de kerk gaan om God te eren? Als je die vragen zo concreet stelt, zusters en broeders, dan merk je, dat de praktijk vaak heel anders is dan de theorie. In de praktijk valt de keuze nogal eens aan de verkeerde kant. Dat zit in ons mensen ingebakken: dat egoïsme en het betrokken zijn op het materiële. De afgod mammon, de afgod materie, de afgod plezier, de afgod ik wordt vaak meer gediend dan de levende God. God dienen vraagt steeds weer opnieuw kiezen bij iedere beslissing in je leven. Tot die beslissing spoort Jezus ons aan in het evangelie: maak je niet bezorgd om al die materiele dingen, niet om eten, drinken, kleding, baan, vakantie, vul maar aan. Dat zijn dingen van het tweede plan. Ze zijn nodig, natuurlijk zijn ze nodig. Maar wijd daar je leven niet aan. Het is zoveel moeite niet waard. Het gaat allemaal voorbij. Waar je je echt voor moet inspannen is God en zijn koninkrijk. Dat is het enige wat blijft en wat echt de moeite waard is. En als je dat doet, dan komt rest vanzelf. Jezus roept op tot een evangelische zorgeloosheid, die ontstaat als je echt voor God leeft en dan is de rest niet onbelangrijk maar wel betrekkelijk. En voor die rest zorgt God dan wel. Durf maar op Hem te vertrouwen. Het geluk van de mens ligt bij God en zijn koninkrijk. Zijn woord, zijn geboden zijn belangrijk dan al het andere. Dat geldt ook voor een prediker in de kerk, voor bisschoppen en priesters. Die komen ook in de verleiding de mensen dingen voor te houden die in een bepaalde tijd in de mode zijn. Dan worden ze door de mensen geprezen. Kiezen voor God en zijn koninkrijk betekent dan de harde waarheid van Gods geboden voorhouden. En dan desnoods veroordeeld worden door mensen. Paulus zegt vandaag in de tweede lezing: ik ben een helper van Christus, beheerder van Gods geheimen. Aan God en Christus moet ik verantwoording afleggen over mijn prediking, niet aan jullie. Mij is weinig gelegen aan jullie oordeel of dat van enige andere menselijke instantie. Een ongedeelde keuze voor God en het evangelie met een zekere zorgeloosheid voor de materiele dingen en het oordeel van mensen, dat wordt van ons gevraagd. Als we dat doen, zijn we in Gods liefde geborgen. Hij zorgt dan voor ons welzijn, nog beter dan een moeder voor haar kind. Amen.



8ste zondag door het jaar a
bij: Jes. 49, 14-15
1 Kor. 4, 1-5
Mt. 6, 24-34
PREKEN
zondagen
door het jaar a